
De Partij voor de Dieren voert actie in Zuid. het stadsdeel gebruikt namelijk in de openbare ruimte nog steeds het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup. Het is vooral gevaarlijk voor kinderen. In tegenstelling tot andere stadsdelen weigert men het gebruik van Roundup te stoppen. Vreemd, want er zijn ongevaarlijke alternatieven.
De partij heeft daarom afgelopen weekend honderden bordjes geplaatst om te waarschuwen dat er op trottoirs en speelplaatsen het giftige Roundup is gespoten.
Roundup is al tientallen jaren in gebruik en ook lange tijd aan het publiek aangeboden als een "milieuvriendelijk" onkruidbestrijdingsmiddel. Dat stelde de mensen gerust: hier kon je met een gerust geweten royaal mee omspringen, de fabrikant gaf immers aan dat het in de natuur vrij snel wordt afgebroken.
Maar er is geen enkel middel dat zomaar helemaal verdwijnt, en de tijd waarbinnen het afbreekt varieert sterk. Bovendien gaat men er makkelijk aan voorbij dat Roundup 90 procent afbreekt, dwz 10% blijft achter en met iedere nieuwe behandeling stapelt dit dus op 20, 30 enz. Je kunt dat gemakkelijk nog verdubbelen omdat bij privégebruik vaak lichtzinnig overgedoseerd wordt.
Daarom werd het middel van de markt gehaald voor particuliere toepassingen.
Gemeenten zouden er ook mee moeten stoppen.
Onkruid moet je niet BESTRIJDEN, het zijn de sterkste gewassen die het laatst het loodje leggen, je moet onkruid voorkomen en als het er toch is verwijderen. Wieden noemden we dat vroeger, dat is arbeid.
Hé hadden we daar nou niet juist behoefte aan?