
Al heb ik haar nooit ontmoet, toch lijkt het wel of zij telkens op mijn pad komt.
In 2006 liep ik met mijn camera door de Amsterdamse binnenstad om zo hier en daar iets wat mij trof te fotograferen. Híer een gevelsteen, dáár een uithangbord, wat verderop een sierlijke topgevel met zware hijsbalk. Op zo'n tocht zag ik een fraaie naamplaat op een grachtenpand, in zwierig gekalligrafeerde letters las ik: Gisèle d'Ailly en Goldschmidt. De naam d'Ailly kende ik van de Amsterdamse burgemeester uit de jaren vijftig, misschien woont hier een familielid veronderstelde ik, maar stond er niet lang bij stil. Zonder de geschiedenis ervan te kennen fotografeerde ik de entree van een bijzonder pand: Herengracht 401 ''De Burcht van de Pelgrim''.
Ruim vijf jaar later, eind april 2012 beluisterde ik een radio-uitzending van 'De Avonden'. Redacteur Jeroen van Kan was met een paar schrijvers in gesprek over 'berichten uit de onderduik'. Die schrijvers woonden tijdelijk op een originele onderduik etage, net zo één als bewaard bleef in het Anne Frankhuis. Dáár moet je achter in de rij aansluiten als museumbezoeker – op het adres waar de radio-opnamen werden gemaakt komt het grote publiek niet in dat deel van het pand. Ik hoorde de naam 'Castrum Peregrini' noemen, die ik herkende van mijn fototour langs de grachten.
De 'berichten uit de onderduik' kwamen uit Herengracht 401.
Dezelfde vrouw
Eén van de jeugdige schrijvers en dichters die daar van 1942-1945 overleefden was Claus V Bock – hij schreef er later zijn boek 'Untergetaucht unter Freunden' over. Een Nederlandse vertaling was pas in 2007 verschenen met als titel 'Zolang wij gedichten schrijven kan ons niets gebeuren', de ondertitel 'Amsterdam 1942-1945'. De kunstenares Gisèle, aan wie de onderduikers zich toevertrouwden, speelt hierin een belangrijke rol.
Ik bekeek mijn foto van Herengracht 401, Gisèle d'Ailly stond er duidelijk leesbaar, echter op de radio spraken ze over Gisèle van Waterschoot van der Gracht. Pas in het voorjaar van 2013 viel het kwartje, zoals de beeldspraak luidt. Ik was toen op bezoek bij Conrad van de Weetering, de oud-balletdanser en hij onthulde me: ''ik ben de vertaler van het boek van Claus V Bock''. Hij kende Gisèle persoonlijk en bevestigde mijn vermoeden dat Gisèle van Waterschoot van der Gracht en Gisèle d'Ailly twee namen van dezelfde vrouw zijn.
Gisèle was van 1957-1967 de echtgenote van de oud-burgemeester, hij verloor zijn ambt omdat hij voor hun huwelijk een buitenechtelijke relatie met haar had.
Inmiddels is Gisèle er niet meer: haar 101 jarig lichaam ligt begraven in Spaarndam. Haar atelier in 'De Burcht van de Pelgrim' blijft als eerbetoon aan haar kunstenaarschap geconserveerd door de Stichting 'Castrum Peregrini', die met haar geld en in haar geest jonge kunstenaars steunt.
Susan Smit
De schrijfster Susan Smit is al lange tijd gefascineerd door het werk en de persoonlijkheid van de dichter-schrijver Adriaan Roland Holst – zij onthulde al heel lang aan hem te hebben gedacht als romanfiguur. Zijn dichterschap en vele liefdes nodigen daar toe uit, maar die liefdesgeschiedenissen moeten wel in een bijzondere setting komen, wil zo'n boek zich onderscheiden van het genre boeketreeks. Susan besloot dat de oorlog het dramatische decor kan verschaffen die het verhaal een diepere dimensie zou geven. In diezelfde tijd speelde zich de wisseling van aantrekking en afstoting af in Adriaan's affaire met de mooie en ambitieuze actrice Mies Peters. Een rivale van Mies... Gisèle van Waterschoot van der Gracht: jong, begaafd en sprankelend, die zich sierlijk beweegt als een hinde. Conrad bevestigde mij deze kwalificaties, hij kan het weten als danser.
Vanzelfsprekend moest Gisèle een belangrijke rol spelen in Susan Smit's boek, immers niets is zo spannend als een driehoeksverhouding – en dat nog in de alles overheersende oorlogssfeer. Susan is intensief in de research gedoken, zij vroeg en verkreeg toegang tot de archieven van 'Castrum Peregrini' met alle persoonlijke documenten van Gisèle. Het bleek een goudmijn.
''Die vrouw zou wereldberoemd moeten zijn'', meende de schrijfster, na kennis te hebben genomen van alle feitenmateriaal dat evenzovele verhaallijnen opleverde.
Nieuwe roman
En zo werd Susan Smit's nieuwe roman geschreven in een genre dat het midden houdt tussen biografie en fictie. In het boek, dat eerst bedoeld was vooral gewijd te zijn aan Adriaan Roland Holst, werd uiteindelijk Gisèle d'Ailly van Waterschoot van der Gracht de hoofdpersoon.
De titel is daarom niet 'Jany' maar 'Gisèle', weliswaar met het portret van Mies Peters op het omslag. Vrijdag 13 september, in de week waarin Gisèle 102 zou zijn geworden, was de presentatie bij 'Castrum Peregrini' in de expositieruimte van Herengracht 401. Daar had Susan Smit tevens een interview met Jan Tromp, journalist van de Volkskrant, ook bekend van zijn werk voor VARA tv . Natuurlijk waren Conrad van de Weetering en ik bij de presentatie!
O, en Susan en haar vriend verwachten gezinsuitbreiding, dat konden we allemaal goed zien.
''In oktober''.
''Meisje of jongen?''.
''Een jongen''.
''Hebben jullie al een naam?''
''Jany''.
Noot 1: “Jany” was het koosnaampje van de dichter Adriaan Roland Holst voor zijn vriendinnen.
Noot 2: Het boek 'Gisèle' van Susan Smit omvat de periode van 1936 tot het eind van de oorlog.
Uitgave van Lebowski Publishers, Amsterdam – 2013. ISBN 9 789048 817443
Lees ook: 'Hier wil ik wonen' van John Zwart gepubliceerd op Amsterdam Centraal in juni j.l.
zes reacties op "Ze is niet gestorven, haar geest leeft volop voort"
Blijf in uw tempel svp. Als auteur van het stuk stoort me uw overval enorm.