
Het wil nog maar niet met de lente, dit dertiende jaar van de nieuwe eeuw. Vandaag heb ik nog even een rondje gemaakt langs mijn favoriete routes, om te zien welke signalen er zijn waar te nemen. Eén keer hoorde ik het geluid van de kievit en even later zag ik een paartje boven een weiland hun tuimelende baltsvlucht maken. Daar zouden nu eigenlijk volop grutto's moeten zijn, druk bezig met hun voorbereidingen om te gaan broeden. Niets te zien – De straffe wind blaast me de tranen uit de ooghoeken. Geen wonder dat de natuur nog maar even de adem inhoudt. Geen insecten en vlinders voorlopig, dus ook geen eten voor jonge grutto's en ook geen rupsen voor jonge mezen van paartjes die te vroeg gaan broeden.
Een weekend lang werden we even voor het lapje gehouden, wij mensen. We stormden massaal naar de kust, waar de strandtentexploitanten vanzelfsprekend onmiddellijk hun terrassen inrichtten en de rotan en plastic zitjes hun berging uit sleepten om ons ermee te lokken, achter het glas. Onze wintergasten trokken zich van die opwinding niets aan. De grauwe ganzen en brandganzen zijn er nog steeds, de smienten ook, grazend van het traag groeiende gras. De sneeuwklokjes, ja die bloeiden wel in februari, om weer op te duiken nadat ze een poos bedolven werden onder de sneeuw. Die houden zich altijd aan de kalender, daar zijn het dan ook sneeuwklokjes voor.
De botanische krokussen waren iets later dan verleden jaar, maar lieten zich door die paar zonnige dagen begin maart toch verleiden, openden hun kelkjes hoewel er nog geen hommel zich op de vleugels heeft gewaagd. De moedige Crocus thomassianus (Lin.) werd afgestraft door nachten met meer dan vijf graden vorst – ze zijn niet zo hard als de sneeuwklokjes en liggen na drie nachten van zware nachtvorst plat. In de sloot achter mijn huis is het oude ijs nog steeds niet helemaal weggeweest. Na een paar uur met middagzon erop komen de randen los, maar 's morgens vroeg is het van oever tot oever opnieuw weer dicht. In mijn herinnering gebeurde dat hoogst zelden midden maart.
Elk jaar is het weer een zorgelijke afweging: wannéér toch moet ik een stinzenplanten*) excursie houden, als ik me aan jaargemiddelden houd ben ik óf te vroeg en vertonen de anemonen, de holwortels en bostulpen alleen nog maar blad, óf ik ben te laat en dan zijn de meeste al uitgebloeid.
Ik loop langs het meertje, een vlucht aalscholvers vliegt over en er zijn een paar futen aan het duiken naar vis. Die futen laten hun schorre kreten niet meer horen, al klonken die voorjaarstekens vorige week al een paar keer.
Op de terugweg zie ik een meerkoetenpaar achter een stel slome wilde eendenmannetjes aanjagen en uit de bosjes klinkt opgewonden gesjilp van een troepje musjes.
Dat geeft de burger weer moed.
*) Stinzenplanten – natuurlijke, origineel wilde, bloeiende bol en knolgewassen; als exoot hierheen gebracht uit zuidoost Europa. Vooral vanaf de zeventiende eeuw konden ze zich handhaven en vermeerderen in oude tuinen en parken bij pastorieën, buitenhuizen, paleizen.
23 maart 14:00u – excursie in Hortus Botanicus, Amsterdam, http://dehortus.nl/programma/#1087
13 april 11:00u – excursie in Jac P Thijssepark, Amstelveen
vijf reacties op "Lentetekens"
Volgens mij is deze taxichauffeur helemaal de weg kwijt, slechte reclame.